DE BETONNEN STAD

Proef 1: Paardenbloemen

Trefwoorden: planten, zaden, verspreiding, grond, wind
Duur van het proefje: 2-3 uur
Wanneer: april/mei en augustus/september
Wat heb je nodig: 10 bakjes of zakjes, watervaste stift, tape, pincet, liniaal, stopwatch
Manier van invoeren: formulier

 

Paardenbloemen vind je overal in Nederland. Deze soort bloeit vooral in april/mei. Dan kleuren paardenbloemen hele weilanden en bermen geel. Paardenbloemen behoren tot de composietenfamilie. Dit betekent dat iedere gele ‘bloem’ eigenlijk samengesteld is uit een heleboel kleinere bloemen die samen een bloeiwijze vormen. Ieder apart bevrucht bloempje resulteert uiteindelijk in een zaadje. Deze zaadjes hebben een soort parachuutjes waarmee ze door de wind meegevoerd kunnen worden. Samen vormen de zaadjes de welbekende pluizenbollen.

Er zijn nog een heleboel andere gele composieten die wel wat op paardenbloemen lijken. Toch is de paardenbloem relatief makkelijk te herkennen. De paardenbloem heeft een gladde, holle, onvertakte bloemsteel zonder bladeren of schubben. De bladeren groeien in een rozet op de grond, zijn kaal of iets wollig behaard en zijn diep ingesneden. Als je de bloemsteel van de paardenbloem doorbreekt komt er een wit, melkachtig sap uit.

Paardenbloemen kunnen zich op verschillende manieren aanpassen aan het leven in de versteende stad. Zo zouden ze ervoor kunnen zorgen dat hun zaadjes heel goed kunnen vliegen, zodat de kans groter is dat de zaadjes in een ver gelegen park, grasveld of weiland terecht komen. Of zorgen ze er juist voor dat de zaadjes helemaal niet ver kunnen vliegen, zodat ze in de buurt van de ouderplant op de grond vallen?

 

Vraag

Zijn de zaden van paardenbloemen in de stad aangepast aan de “versteende” omgeving?

 

Het experiment

 

Voorbereiding

1. Download beide onderstaande invulformulieren. Print het pdf-bestand uit zodat je het mee kunt nemen naar buiten.

Formulier 1 (om te printen)

Formulier 2 (om op de computer in te vullen)

 

Op pad

1. Ga op zoek naar een complete pluizenbol van een paardenbloem.

2. Geef de pluizenbol een nummer. Schrijf dit nummer met watervaste stift op een bakje of zakje (één bakje of zakje per pluizenbol)

3. Meet voordat je iedere pluizenbol verzamelt hoe lang de bloemsteel van deze pluizenbol is, vanaf de grond tot aan de onderkant van de pluizenbol. Noteer de lengte van de bloemsteel op het formulier bij het juiste nummer. Noteer ook de datum, de coördinaten (lees hier hoe je die kunt vinden) van de plek waar je de bloem gevonden hebt en een beschrijving van de vindplaats (stoep, weiland, berm, perk, anders).

4. Verzamel de pluizenbol en stop hem in het bakje of zakje.

5. Verzamel op deze manier minstens vijf pluizenbollen in de stad en vijf pluizenbollen buiten de stad. Zorg ervoor dat de pluizenbollen niet platgedrukt worden.

 

De test

1. Kies een ruimte uit waar geen luchtcirculatie is. Doe alle ramen en deuren dicht, de verwarming uit, zorg dat er geen tocht is en dat er geen rondlopende mensen zijn. Plak een stukje tape op de muur op een hoogte van precies 2 meter. Pak je eerste pluizenbol en pak er met een pincet een willekeurige, compleet zaadje uit (inclusief “parachuutje”). Hou het zaadje steeds met de pincet vast aan het steeltje van het pluimpje. Pak je stopwatch, hou het zaadje op precies twee meter hoogte, laat het los en druk op hetzelfde moment je stopwatch in. Stop de stopwatch op het moment dat het zaadje de grond raakt. Noteer de tijd op het formulier. Doe dit in totaal vijf keer per zaadje.

2. Meet en noteer vervolgens de lengte van het steeltje van het pluis (a op onderstaande tekening) en de maximale breedte van het pluimpje (b) op het formulier bij het juiste nummer. Test 5 willekeurige zaadjes per pluizenbol en doe dit voor alle pluizenbollen die je hebt verzameld.

3. Stuur het ingevulde Excel-formulier op naar niels.kerstes@naturalis.nl